Conform de Reach-wetgeving

Onze producten zijn allen conform de Reach-wetgeving en voldoen aan de strengste normen op het gebied van milieu, veiligheid en gezondheid.

De Europese Commissie publiceerde eind oktober 2003 een ontwerpverordening over de Registratie, Evaluatie, en Autorisatie van CHemische stoffen ("REACH"). De reden voor dit voorstel van verordening was de bezorgdheid van de Commissie over incidenten in de milieuzorg en de volksgezondheid en de toename van het aantal en de hoeveelheid chemische stoffen in ons milieu.

Het voorstel kadert tevens in een breder internationaal initiatief ter bevordering van duurzame ontwikkeling en het verantwoorde beheer van chemische stoffen. De Europese Unie heeft zich hiertoe verbonden tijdens de VN-top over het wereldmilieu in Rio van 1992 en de VN-top in Johannesburg van 2002. 

De verordening werd in december 2006 goedgekeurd en op 1 juni 2007 is deze in werking getreden. De meeste verplichtingen namen een aanvang vanaf 1 juni 2008 (zie de kalender).

REACH verplicht de bedrijven onder meer om een aantal gegevens te verschaffen over de stoffen die ze produceren, gebruiken of importeren. De gevraagde informatie en de toegestane termijnen voor het verschaffen ervan hangen af van de hoeveelheid die van elke stof wordt geproduceerd of geïmporteerd:

  • >1 ton, technisch dossier;
  • >10 ton technisch dossier en chemisch veiligheidsrapport.

Voor CMR-, PBT- en vPvB-stoffen en voor stoffen met gelijkaardige kenmerken zal tevens een vergunning aangevraagd moeten worden. Andere (gebruiken van) stoffen zullen helemaal verboden worden.

De gegevens die over de stoffen verzameld worden, moeten ook in de toeleveringsketen gecommuniceerd worden. 

Bepaalde stoffen horen echter niet tot het toepassingsgebied van REACH.

 

Registratie

Voor alle stoffen die vervaardigd of in de handel gebracht worden in volumes van 1 ton of meer per jaar, moeten de producenten en de importeurs een registratiedossier indienen bij het Europees Agentschap voor CHemische stoffen ("ECHA"). Zonder dit dossier mag men deze stof niet meer vervaardigen of in de handel brengen. 

De zogenaamde ‘geleidelijk geïntegreerde stoffen' (of ‘phase-in substances’) kunnen wel van een overgangsregeling genieten op voorwaarde dat er een preregistratie werd uitgevoerd. Een aanmelding overeenkomstig Richtlijn 67/548/EEG wordt als een registratie beschouwd (zie artikel 24). 

De industrie moet dus de nodige informatie verzamelen om de registratiedossiers te kunnen opstellen. De gevraagde gegevens variëren in functie van de vervaardigde of geïmporteerde volumes en omvatten gegevens over de fysico-chemische, toxicologische en ecotoxicologische eigenschappen. Naast deze gegevens over stoffen, moeten ook de individuele gebruiken, geïdentificeerd door downstreamgebruikers uit de gehele toeleveringsketen, evenals de risico-evaluaties verbonden aan deze gebruiken en de bijbehorende veiligheidsmaatregelen, gespecificeerd worden. 

De verantwoordelijkheid voor de registratie ligt bij de fabrikant en de importeur. Zij moeten hun stoffen op zich, stoffen in preparaten en in sommige gevallen ook stoffen in voorwerpen registreren. De downstreamgebruikers moeten weliswaar niet registreren, maar zijn er wel toe verbonden informatie te verstrekken over hun gebruiken van de stof.

Informatie-uitwisselingsfora voor stoffen

De verordening voorziet in een verplichte gezamenlijke registratie (zie artikel 11) voor een deel van de gevraagde informatie. Hiervoor moeten bedrijven zich groeperen in zogenaamde "Informatie-uitwisselingsfora voor stoffen" ("Substance Information Exchange Fora" of SIEF's). Op de verplichte gezamenlijke registratie worden enkele uitzonderingen (artikel 11, lid 3) toegestaan. Deze betreffen vooral de kostprijs, vertrouwelijkheid of onderlinge meningsverschillen.

Chemisch veiligheidsrapport

Voor stoffen met jaarlijkse volumes van meer dan 10 ton, moet de evaluatie van het veilige gebruik ("evaluatie van de chemische veiligheid") toegelicht worden in een zogenaamd "Chemisch Veiligheidsrapport" ("Chemical Safety Report" of CSR).

 

Evaluatie

De evaluatie bestaat uit twee luiken: de evaluatie van de dossiers en deze van de stoffen.

Dossierevaluatie: het Agentschap onderzoekt de conformiteit met de eisen van REACH van elk registratiedossier en evalueert de testvoorstellen die door de industrie worden voorgelegd.

Stofevaluatie: stoffen waarvoor er redenen zijn om aan te nemen dat zij een risico voor gezondheid of leefmilieu vormen, kunnen onderworpen worden aan een beoordeling door de lidstaten. Het Agentschap is verantwoordelijk voor de coördinatie van de stoffenbeoordelingsprocedure. Deze beoordeling kan leiden tot het instellen van een verplichte vergunning of een beperking op het gebruik van de stof.

Autorisaties

Een autorisatie zal vereist zijn voor het gebruik van een stof behorend tot de groep van de zogenaamde "zeer zorgwekkende stoffen". Een autorisatie voor een specifiek gebruik kan verkregen worden indien de producent, de importeur of de downstreamgebruiker kan bewijzen dat de risico's van die toepassing in afdoende mate beheerst worden. Indien dergelijk bewijs niet kan geleverd worden, kan een autorisatie enkel toegekend worden als een analyse aantoont dat de sociaal-economische voordelen van het specifieke gebruik belangrijk genoeg zijn en er geen geschikte alternatieven zijn.

Restricties

Als er een onaanvaardbaar risico verbonden is aan de vervaardiging, het gebruik of het in de handel brengen van een stof, kan de Commissie of een lidstaat een voorstel indienen voor een beperking op die stof. De beslissing over dit voorstel wordt door de Commissie genomen, in overleg met de lidstaten. In eerste instantie worden de bestaande beperkingen, vastgelegd in Richtlijn 76/769/EEG, overgenomen.

Notificaties

Naast registraties, voorziet de verordening ook in een aantal verplichte notificaties. De informatie die in dat geval ingediend moet worden, wordt in de betrokken artikelen van de verordening gespecificeerd. Een kennisgeving is vereist voor:

Zeer zorgwekkende stoffen vervat in voorwerpen, indien deze nog niet geregistreerd zijn voor het betrokken gebruik, de stof in die voorwerpen aanwezig is in hoeveelheden van meer dan 1 ton en in een concentratie van meer dan 0,1 gewichtspercent (g/g) en indien bovendien de blootstelling van de mens of het milieu niet kan uitgesloten worden (zie artikel 7).

Stoffen die gebruikt worden voor onderzoek en ontwikkeling (zie artikel 9).

Downstreamgebruikers die een chemisch veiligheidsrapport moeten opstellen of die hiervan vrijgesteld zijn omdat ze minder dan één ton van de stof gebruiken of de stof gebruiken voor onderzoek en ontwikkeling (zie artikel 38.1).

Downstreamgebruikers wier indeling van een stof afwijkt van die van hun leverancier (zie artikel 38.4).

Downstreamgebruikers die een vergunningsplichtige stof gebruiken (zie artikel 66).

Elke fabrikant of importeur van stoffen die geregistreerd moeten worden of die als gevaarlijk geclassificeerd worden, moet ook informatie met betrekking tot de indeling en de etikettering indienen (zie artikel 113)

Het Europees Agentschap voor chemische stoffen

 

Het nieuwe Europees Agentschap voor chemische stoffen "ECHA" is opgericht in Helsinki en beheert sinds juni 2008 de registraties, evaluaties, autorisaties en beperkingen in samenwerking met de lidstaten en de Commissie. Het Agentschap is in het bijzonder verantwoordelijk voor de uitbouw, het onderhoud en de ondersteuning van de informatietechnologie en databases ("REACH-IT") voor al deze processen.

 

Bron: http://economie.fgov.be/nl/